Home

Een kweek met de gevlekte skaapsteker, Psammophylax rhombeatus

Door Bert van de Pijpekamp

Verschenen in Het Terrarium 14/6 (december 1996), p. 26-28

Dit prachtige diertje is een dagactieve slang uit de graslanden van Zuidelijk Afrika. De reputatie van schapendoder is absoluut onverdiend: het dier weigert bij provocatie te bijten, terwijl bovendien zowel de hoeveelheid gif als de lengte van de giftanden onvoldoende zijn om deze slang gevaarlijk te maken voor mens of schaap.

In gevangenschap verlangt de skaapsteker een ruim vertrek, droog en met de mogelijkheid om zich in zonlicht of onder een lamp te koesteren. Er is veel interactie onder de slangen onderling. In het voorjaar 'worstelen' de mannetjes met elkaar, maar veel van het parings- en baltsgedrag is mij nog onbekend, aangezien zich allemaal snel afspeelt en het moeilijk is te zien wat er gebeurt in de massa trillende slangenkronkels. Een karakteristiek gedrag van deze slang is het 'grooming' of 'poetsen' of het 'kammen' met de neus van het lichaam (waarover Ton Steehouder aan het slot van dit artikel een opmerking zal maken). Ook het 'vissen' niet de neus in los zand (hagedissenjacht?) wordt veelvuldig vertoond.

Individuele exemplaren zijn te herkennen aan ieders unieke tekening van vlekken, kleuren en lijnen. Aan de onder-zijkant is veel rose te zien; op rug en kop zijn grijs, bruin en wit de hoofdkleuren. Langs de zijde kan een - soms gebroken - lijn lopen. Ook langs de ruggengraat loopt soms een dunne, gebroken lijn.

Volwassen, is de lengte van de meeste dieren ongeveer één meter, in uitzonderlijke gevallen anderhalve meter. Mannetjes schijnen iets groter te zijn dan vrouwtjes.

Aanwinstjes 

In augustus 1994 kreeg ik van Peter Panhuijzen drie babyskaapstekers uit import. Uit ervaringen in Zuid-Afrika wist ik dat de jonge slangen hoofdzakelijk dwergskinken, jonge Mabuya sp. en ook Leptotyphlops, een kleine wormslang, eten. In gevangenschap nemen zij redelijk gemakkelijk nestmuizen, dijstukjes of pootjes van eendagskuikens of muizepoten. Slechts in een enkel geval is eenmalige dwangvoedering nodig. De drie slangetjes groeiden voorspoedig/ In hun eerste jaar gunde ik ze geen winterslaap, maar in de winter van 1995 of 1996, toen de slangen tussen, de 60 en 75 cm. lang waren, bleken zij zelf een soort winterrust te nemen. Overdag stond de winterzon recht op hun terrarium, 's nachts viel de temperatuur aanzienlijk. Ze zonden zich veel en aten weinig.

Paringsgedrag

Begin februari 1996 werd er helemaal niet meer gegeten. De drie bleken twee mannetjes en een vrouwtje. Het vrouwtje liet zich niet meer zien. terwijl de beide mannetjes een worstelshow opvoerden: met snelle bewegingen 'slaan' zij elkaar met hun kronkels. Na een aaantal hectische seconden schiet de verliezer dan weg, met de overwinnaar achter hem aan. Het terrarium waarin zij zitten, is een omgebouwd aquarium van 200x50x50 cm., een noodzakelijke ruimte voor deze dieren.

In maart was er weinig te beleven in de bak, de mannetjes waren elkaar vijandig en nooit samen te zien. Het vrouwtje was zelden buiten te zien, meestal lagen de dieren verscholen hun schuilplaatsen: omgekeerde bloempotten, ruim verdeeld over de bak.

Eind maart aten de dieren weer goed. De geschillen bleken vergeten, en de drie zonden weer gezellig onder de lamp. Gezien hun leeftijd (anderhalf jaar) en lengte (ongeveer de helft van de volwassen maximale lengte) verwachtte ik niet dat de paringsdrang van de mannetjes enig resultaat zou opleveren. Daarom greep ik ook de kans aan om twee nieuw-geïmporteerde skaapstekertjes te kopen. De lengte en (naar ik aannam) de leeftijd van deze dieren kwam ongeveer overeen met die van de drie die ik al had.

Een paar dagen later begon het oorspronkelijke vrouwtje, dat nu al zo'n twee weken niet eten had en toch een opmerkelijk zwaar achterlijf had gekregen, met haar kronkels zand uit een plantenbak te werpen. Ik plaatste onmiddellijk een bak met vochtig sphagnum in het aquarium en plaatste haar daar zelfs in, maar het mos trok haar blijkbaar niet aan. Nadat ze meerdere gaten in de plantenbak had gegraven, vond ze uiteindelijk een plekje onder een holle steen.

Eieren

Op 14 april zag ik de eerste eieren. Het vrouwtje bleef op of om de eieren liggen. Dagelijks sproeide ik water op de steen om wat vochtigheid in de droge bak te brengen. Na twee dagenn verliet ze de eieren, waarop ik verplaatste naar een broedstoof. Het bleken er zes te zijn en ze zagen er goed uit.

Op 21 mei begon er een ei te lekken - het bleek onbevrucht. Op 28 mei vertoonden twee eieren bruine vlekken. Ze bleken dode, volgroeid lijkende embryo's te bevatten. De resterende drie eieren stierven in de volgende dagen af. Wat was er mis gegaan?

Op 18  juli 1996 legde een van de nieuwe slangen tot mijn grote verrassing 15 eieren onder een bloempot. Ik besloot dat ze ze mocht houden zolang ze erbij bleef. De eerste slang had haar eieren in een afgelegen hoekje gelegd, maar deze lagen dicht bij de lamp in een druk, warm en droog deel van het terrarium.

Hoewel het vrouwtje de eieren voorbeeldig beschermde, zagen ze er na bijna vier weken niet goed meer uit. Ik sproeide dagelijks in de bloempot, maar had geen hoge verwachtingen. De eieren leken geplet, het was immers te droog en te heet... Een kenner die de eieren zag, deelde mijn mening.

De jongen

En toen - op de 29ste dag, 16 augustus - zag ik een baby skaapstekertje naast de bloempot liggen! De moeder had het nest verlaten. De volgende dag kwam er nog een ei uit, terwijl een ander jonge vergeefs had geprobeerd het ei te verlaten. Toen ik hierbij hulp verleende, bleek het al gestikt te zijn. Hierna trok met een pincet ieder ei open, nadat een jong met de eiland een snee in de eischaal had gemaakt.

Op 19 augustus waren er dertien jongen uit vijftien eieren gekomen. Op 24 augustus begonnen de eerste vervellingen, op 27 augustus waren ze alle dertien verveld. Op 5 september aten de eerste jongen dijtjes van eendagskuikens, en twee dagen later andere (eendagsmuisjes).

Alle jongen zien er goed uit, geboren met keurig rechte rugjes en dikke buikjes. Ik verwacht eigenlijk geen verder verlies.

Besluit

Op dit moment zijn er nog jongen over. Kandidaat-eigenaars dienen wel te beseffen welke eisen deze diertjes aan hun omgeving stellen (warm, stralingswarmte), maar hebben er wel een prachtige, niet-agressieve en gemakkelijk te verzorgen slang aan. Mensen met ervaring met het geslacht Psammophis zouden een speciaal zwak voor deze slang kunnen ontwikkelen, daar Psammophylax niet bijt, geen slangen eet en verder ongeveer dezelfde behandeling vereist.